CHILEENSE MIJNWERKERS
Met een mengeling
van opluchting en spanning
volgt heel de wereld
het verblijf diep ondergronds
van 33 mijnwerkers in Chili.
Opgelucht, dat ze in leven blijken.
Opgelucht dat we beelden kunnen zien,
dat vaders en zonen en echtgenoten
tekens van leven kunnen geven,
maar ook beklemming en spanning
om de lange duur, maandenlang,
dat ze opgesloten zullen zitten
diep onder de grond, geïsoleerd.
Plaatsvervangend voel je je beklemd,
alleen al bij de gedachte daaraan.
Het meest indringend is dat nare gevoel
beschreven door Sartre in zijn ’Huis clos’,
een toneelstuk waar hij beschrijft
hoe een aantal mensen in een ruimte verblijven
waarvan de deuren afgesloten zijn,
of zelfs in een ruimte zonder deuren.
Wat vooral je bijblijft uit Sartre
is: hoe die mensen op de lange duur
elkaar in de weg zitten, elkaar beschadigen.
Het leidt bij hém tot de conclusie:
dat is de hel, die opgeslotenheid met elkaar,
maar de hel zijn dan de anderen.
Gelukkig hoeven we niet zo pessimistisch te zijn
als Sartre in zijn opgesloten hel.
Er zijn nu in Chili inderdaad levenslijnen naar buiten.
Relaties mét en vertrouwen óp mensen bóven,
familie allereerst, overheden ook, en voor gelovige mensen
vertrouwen ook op Onze Lieve Heer en zijn heiligen,
blijken dan licht en kracht te geven in alle duisternis.
De komende weken zullen voor allen
boven en beneden nog zwaar genoeg zijn.
Psychologen, ingenieurs en andere vaklui
zullen de handen vol hebben
om hun overleven en uiteindelijk hun redding
in handen te nemen.
Geloof, hoop en liefde kunnen de hel overwinnen.
+ Frans Wiertz
bisschop van Roermond |